Zoals met alle Chinese vechtkunsten het geval is worden er bij taiji ook vormen met
wapens beoefent. Het meest populaire is het rechte dubbele zwaard (Jian) maar ook
de sabel (Dao), stok en lans (Qiang) behoort tot het repertoire.
De speer wordt wel de koning van de wapens genoemd, het zwaard de prins en het sabel de bevelhebber. Zo zeggen ze ook dat de Dao in 100 dagen, Qiang in 1000 en de Jian in 10.000 dagen is te leren. Net zoals de ongewapende technieken heeft ook elk wapen een eigen vorm. Ook hier heeft elke beweging een praktische functie. De wapenvormen zijn dynamischer van aard dan de ongewapende vorm en kunnen je lenigheid, kracht, uithoudingsvermogen en coördinatie verscherpen.